top of page

Opleiden in crisistijd: de vergeten ruimte tussen ideaal en realiteit

Er zijn periodes waarin je als organisatie het gevoel hebt dat je niet meer “werkt”, maar draait. Je houdt het systeem recht, je vangt gaten op, je probeert mensen veilig te houden, je probeert schade te beperken. In die periodes klinkt “opleiden” soms als een niet te veroorloven luxe, iets waar geen tijd voor is, of als iets wat je er met goede bedoelingen “ook nog eens bij moet nemen”.


En toch: net dan wordt opleiden belangrijker, niet minder.


Ik schrijf dit vanuit mijn werk binnen justitie, waar opleidingen, inwerking en bijscholing vaak plaatsvinden in contexten met hoge druk, hoge complexiteit en weinig marge. Maar wie in zorg, onderwijs, jeugdhulp, forensische settings, welzijn, crisisopvang of eerstelijnscontexten werkt, herkent dit waarschijnlijk moeiteloos. De vorm verschilt, de dynamiek is vaak dezelfde.


De uitdaging is niet dat we geen theorie hebben. De uitdaging is ook niet dat mensen niet gemotiveerd zouden zijn. Integendeel. De echte uitdaging zit tussen twee werelden: het ideaal dat je móét blijven meegeven, en de realiteit die vandaag vraagt om snelheid, efficiëntie en “doen wat kan”.


Die ruimte ertussen is de grijze zone. En net daar gaat het vaak mis.


Zonder ideaal geen richting (en zonder richting geen hoop)


Laat ons dat eerst helder houden: het ideaal is niet het probleem.


In opleidingen tonen we hoe het idealiter hoort: zorgvuldig redeneren, evidence-informed keuzes, mensgericht werken, professioneel grenzen bewaken, risico’s inschatten, samenwerken, reflecteren, bijsturen. Dat moet zo blijven. Niet omdat de realiteit perfect is, maar juist omdat ze dat niet is.


Zonder ideaal verdwijnt het kompas. Dan wordt werk een reeks taken. Dan wordt professionaliteit herleid tot “afwerken”. En dan is de kans groot dat mensen niet alleen uitgeput raken, maar ook vervreemd van hun vak.


Idealiteit is geen naïviteit. Het is richting geven. Het is een vorm van hoop die niet zweverig is, maar functioneel: hiernaartoe willen we terug, ook al lukt het nu niet volledig.


De realiteit: werken in noodmodus is een ander soort logica


Tegelijk is het even waar dat een noodmodus een eigen logica heeft. Niet omdat professionals plots minder zorgvuldig willen zijn, maar omdat het systeem hen dwingt te kiezen tussen onvolmaakte opties.


Wanneer druk hoog is, gebeurt er iets voorspelbaars:


  • contacten worden korter

  • beslissingen worden sneller

  • overleg wordt ingekort

  • registratie wordt zwaarder

  • reflectie schuift op

  • prioriteiten wisselen per uur


In die context ontstaan zinnen die je overal hoort, in elke sector waar de marges dun zijn:


“Mooi in theorie, maar zo werkt het hier niet.”

“We hebben daar nu geen tijd voor.”

“Eerst draaien, dan verbeteren.”


Ik begrijp die zinnen. Ik heb ze zelf gedacht, ik heb ze zelf uitgesproken, ik hoor ze dagelijks.


Maar wat mij raakt, is wat er vaak achter zit: niet weerstand tegen leren, maar verlies van houvast. Professionals die voelen dat wat ze geleerd hebben, niet aansluit bij wat de dag van hen vraagt. En die daardoor beginnen twijfelen aan zichzelf.



De grijze zone: waar professionals zich afvragen of ze nog professioneel zijn


Tussen het ideaal en de realiteit ligt geen leegte. Er ligt een zone vol keuzes, compromissen, micro-beslissingen, en een soort stille rouw om wat er niet meer lukt.


Dat is de plek waar mensen zich afvragen:


“Ben ik nog goed bezig?”

“Is dit nog psychologisch werk, of ben ik vooral administratie aan het produceren?”

“Ben ik nog hulpverlener, of vooral een schakel in een machine?”

“Wat blijft er over van mensgericht werken als alles snel, kort en beknopt moet?”


In justitie zie je dit scherp omdat de context per definitie spanning draagt: veiligheid, risico, grenzen, beperkingen. Maar diezelfde vragen leven even hard in een overbevraagd CGG, in een jeugdzorgdienst met wachtlijsten, in een schoolteam dat crisissen opvangt, in een residentiële voorziening waar personeelswissels elkaar opvolgen.


Wanneer die grijze zone niet benoemd wordt, gebeurt er iets gevaarlijks: mensen gaan denken dat het probleem bij hén ligt.


Ze denken: “Ik kan het niet.

Of: “Ik ben niet gemaakt voor dit vak.”

Of: “Ik doe maar wat.


Terwijl het vaak gaat over iets anders: het ontbreekt aan vertaling. Aan taal. Aan bruggen. Aan gedeelde logica voor professioneel handelen onder druk.


We hebben niet “minder theorie” nodig. Wel meer vertaling.


Ik heb geen probleem met extra cursussen of studiedagen. Integendeel: investeren in opleiding blijft nodig. We moeten ons kompas blijven afstellen. Alleen… Misschien moeten we daarnaast in opleiding ook explicieter rekening houden met de zone tussen dat ideaal en de realiteit van vandaag.


We leren mensen vaak een model, methodiek, of richtlijnen. We tonen hen het “goede werk”. En dan sturen we hen naar een praktijk waar “goed werk” onder druk anders moet landen.


Wat ontbreekt, is opleiding in vragen zoals:


  • Hoe lever je kwaliteitsvol werk wanneer de omstandigheden niet kwaliteitsvol zijn?

  • Wat is de kern die je wél kan vasthouden, ook in noodmodus?

  • Hoe maak je professionele keuzes zonder jezelf te verliezen?

  • Hoe blijf je mensgericht terwijl alles sneller moet?


Vertaling is geen vereenvoudiging. Vertaling is vakmanschap.


Het betekent: weten wat essentieel is, wat context vraagt, wat haalbaar is, en hoe je toch trouw blijft aan je rol.


Professionele identiteit: psycholoog blijven in een systeem dat je tot schrijfmachine maakt


Dit is een punt dat in veel organisaties te weinig open besproken wordt: professionaliteit is niet alleen wat je doet, het is ook wie je bent in je rol.


Wanneer systemen onder druk staan, verschuift het werk vaak naar meetbare output: dossiers, registraties, verslagen, codes, vinkjes, productiviteit. Dat is niet per definitie fout. Registreren kan bescherming bieden, transparantie, continuïteit, verantwoording. Maar wanneer registreren de kern wordt, verdwijnt iets anders naar de achtergrond: het relationele, het klinische denken, het mensbeeld dat je draagt.


En dan raakt het aan identiteit.


Psychologen voelen zich minder psycholoog.

Hulpverleners voelen zich minder hulpverlener.

Leerkrachten voelen zich minder leerkracht.


Niet omdat ze hun waarden kwijt zijn, maar omdat het systeem hen uitnodigt om vooral te produceren. En omdat er te weinig ruimte is om de vertaalslag te maken: hoe blijf ik trouw aan mijn vak, zelfs als de vorm verandert?


Die vraag hoort thuis in opleiding. Niet als “soft topic”, maar als kwaliteitsvraag. Want professionals die zich niet meer professioneel voelen, verliezen op termijn hun houvast. En dat heeft impact op alles: besluitvorming, risico-inschatting, samenwerking, draagkracht, uitstroom.


Opleiden in crisistijd vraagt een ander curriculum, niet noodzakelijk meer uren


Wat ik steeds meer geloof: in crisistijd heb je geen compleet andere theorie nodig. Je hebt een ander soort didactiek nodig.


Je moet mensen niet alleen leren hoe het zou moeten, maar ook:


  • hoe het er in “noodmodus” uitziet

  • wat dan meestal misloopt

  • welke valkuilen voorspelbaar zijn

  • welke kleine ankers kwaliteit overeind houden


Dat vraagt onderwijs dat expliciet werkt met realistische scenario’s: korte contacten, beperkte tijd, spanning, multi-problematiek, complexe teams, wisselende bezetting, tegenstrijdige eisen.


Niet om het ideaal los te laten, maar om te leren navigeren in de grijze zone zonder cynisch te worden.


En ja: soms betekent dat dat je in opleiding niet alleen een model uitlegt, maar ook zegt: “Op papier is dit de route. In de praktijk loop je daar meestal vast. Dit zijn manieren waarop je dan toch professioneel kan blijven handelen, zonder jezelf te forceren of te doen alsof.”


Dat soort zinnen is geen toegeving. Het is volwassen professionalisering.


Wat is er nodig om die brug beter te leggen?


Ik beweer niet dat ik het antwoord heb. Ik zie vooral hoe groot de nood is aan gezamenlijke taal en gedeeld vakmanschap.


Maar er zijn een paar richtingen die zich in veel settings opdringen, en die ik in opleidingen sterker zou willen zien terugkomen.


1) De kern benoemen die je wél kan dragen


In elke discipline bestaan er principes die overeind kunnen blijven, ook als de omstandigheden verslechteren. Niet alles, maar wel iets. Dat “iets” expliciteren geeft houvast.


Professionals hebben nood aan zinnen als: “Als je maar één ding kan vasthouden vandaag, laat het dit zijn.


Dat is geen simplificatie. Dat is prioriteren.


2) Micro-professionaliteit: kleine keuzes die het verschil maken


Onder druk gebeurt kwaliteit vaak niet in grote trajecten, maar in kleine momenten: hoe je een grens stelt, hoe je een contact afrondt, hoe je iemand benoemt, hoe je beslist wat je wél en niet vastlegt.


Die micro-keuzes zijn zelden “sexy” in opleidingen, maar ze bepalen wel of mensen zich nog professional voelen.


3) Legitimeren dat “goed genoeg” soms het beste is


Niet als excuus. Wel als realistische vertaling van professionaliteit onder beperkingen.


Wanneer mensen blijven denken dat ze pas professioneel zijn als ze ideaal kunnen werken, branden ze op. Wanneer mensen leren dat professionaliteit ook bestaat uit ethisch kiezen binnen grenzen, krijgen ze ademruimte — en blijven ze langer aan boord.


4) Opleiden in denken, niet alleen in doen


In noodmodus ligt de druk vaak op actie: “wat doen we nu?” Maar net dan is denken het eerste dat sneuvelt.


Opleiding moet daarom niet alleen technieken aanleren, maar denkprocessen trainen: hoe orden je informatie, hoe herken je ruis, hoe neem je beslissingen met onvolledige data, hoe blijf je mensgericht in korte tijd.


Dat is het soort leren dat professionals beschermt.


De kernvraag die we vaker moeten durven stellen


Misschien is dit de vraag die aan de basis ligt van kwaliteitsvolle opleiding vandaag:


Niet: “Hoe zorgen we dat mensen werken zoals het hoort?


Maar: “Hoe zorgen we dat mensen professioneel blijven handelen wanneer werken zoals het hoort tijdelijk onmogelijk is?


Dat is niet de lat lager leggen. Dat is de lat verplaatsen naar waar het echte werk gebeurt: in de grijze zone.


En daar zit voor mij ook de essentie van opleiden in contexten zoals justitie, en bij uitbreiding in elke sector waar druk, complexiteit en beperkte middelen realiteit zijn.


We hebben idealen nodig.

We hebben theorie nodig.

We hebben opleidingen nodig.


Maar we hebben ook meer nodig: een expliciete, gedeelde vertaalslag, zodat professionals niet alleen weten hoe het zou moeten, maar ook leren hoe ze mens en vak kunnen blijven wanneer het moeilijk wordt.


Zolang professionals het gevoel hebben dat ze moeten kiezen tussen hun ideaal en hun realiteit, raken ze uitgeput. Wanneer ze leren dat professionaliteit ook bestaat in het zoeken, bijsturen en verdragen, ontstaat er iets anders: draagkracht.


Misschien is dat wel de stille opdracht van opleiding vandaag.


Uitnodiging tot uitwisseling


Ik schrijf dit niet als conclusie, maar als uitnodiging.


Waar zien jullie de kloof tussen ideaal en realiteit het hardst?
Wat helpt bij jullie om theorie wél werkbaar te maken in noodmodus?
En wat is nodig zodat professionals zich professioneel blijven voelen, ook wanneer het werk sneller, korter en beknopter wordt?

Ik heb hier zelf geen sluitend antwoord op. Enkel suggesties op basis van mijn eigen ervaringen. Ik lees graag jullie ervaringen, bedenkingen of voorbeelden uit andere contexten.


Reageer gerust hieronder, of mail me.


Opmerkingen


Ontvang nieuwe reflecties per mail

Af en toe deel ik reflecties en inhoudelijke duiding die vertrekken vanuit mijn werk als klinisch en forensisch psycholoog. Wanneer dat relevant is, informeer ik ook over opleidingen die hierop aansluiten.

  • Jouw alineatekst (18)_edited
  • Jouw alineatekst (20)_edited
  • Jouw alineatekst (21)_edited
  • Jouw alineatekst (22)_edited

Heb je vragen of zoek je professioneel houvast bij complex gedrag?

LENSis een professioneel redeneer- en afstemmingskader,
ontwikkeld vanuit klinische en forensische praktijk en verankerd in hechtingsgericht werken volgens het Dynamisch Maturatie Model (DMM)

.

Voor hulpverleners die werken waar spanning toeneemt, gedrag escaleert of eenvoudige antwoorden tekortschieten.

​​​

Emmy Goossens - Klinisch & forensisch psycholoog

Inschrijvingsnummer Psychologencommissie: 832111969

BTW BE1016.939.981

© 2026 Emmy Goossens - Alle rechten voorbehouden

Deze website en het aanbod richten zich uitsluitend tot professionals en hebben geen therapeutisch of diagnostisch doel.

Privacybeleid Voorwaarden Herroepingsrecht

bottom of page