Wanneer werkdruk en veerkracht elkaar raken: een reflectie vanuit hechting
- Emmy Goossens
- 4 sep 2025
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 20 dec 2025
In het werken met mensen onder spanning lopen werkdruk en betrokkenheid zelden netjes naast elkaar.
Ze grijpen in elkaar. Ze versterken elkaar. En soms ondermijnen ze elkaar.
In supervisies en gesprekken met hulpverleners zie ik hoe snel de vraag verschuift van “wat speelt hier bij de cliënt?” naar “doe ik dit wel goed?”
Niet omdat professionals onzeker zijn, maar omdat het werk hen raakt — relationeel, emotioneel en soms existentieel.
Die verschuiving is geen zwakte.
Ze is informatie.
Werkdruk als relationeel fenomeen
Werkdruk wordt vaak benaderd als een organisatorisch probleem: te weinig tijd, te veel dossiers, te lange wachtlijsten. Dat speelt uiteraard mee. Maar in de praktijk zie ik iets anders gebeuren.
Werkdruk ontstaat ook daar waar hulpverleners zich verantwoordelijk voelen voor veiligheid, verandering of herstel, terwijl de omstandigheden weinig ruimte laten om dat waar te maken. Zeker in complexe of forensische contexten, waar risico, onvoorspelbaarheid en morele spanning voortdurend aanwezig zijn.
Onder die druk gaan professionals doen wat mensen altijd doen onder dreiging: strategieën inzetten die ooit helpend waren.
harder werken
beter willen presteren
controle zoeken
zichzelf wegcijferen
of net afstand nemen
Niet omdat ze het fout doen, maar omdat ze proberen te blijven functioneren.
Hechting als strategie — ook bij hulpverleners
Het Dynamisch Maturatie Model (DMM) benadert hechting niet als een vast kenmerk, maar als een levenslange strategie om met gevaar, verlies of onveiligheid om te gaan, altijd in relatie tot anderen.
Dat maakt hechting zichtbaar in gedrag.
Niet alleen bij cliënten, maar ook bij professionals.
De zorgende hulpverlener die zichzelf voorbijloopt. De perfectionist die verbinding verliest in het proberen het “juist” te doen. De professional die zich afsluit om het vol te houden.
Die strategieën zijn niet pathologisch. Ze zijn begrijpelijk. Maar ze worden problematisch wanneer ze onbewust blijven en de draagkracht ondermijnen.
Veerkracht is geen karaktertrek
Veerkracht wordt vaak voorgesteld als iets wat je hebt of mist. In de praktijk is het iets wat ontstaat of verdwijnt, afhankelijk van context, steun en ruimte.
Wat veerkracht aantast, is zelden alleen werkdruk. Het is het gebrek aan taal om te benoemen wat het werk met je doet. Het gevoel dat je moet blijven presteren, ook wanneer de situatie vraagt om vertraging. Het idee dat professioneel zijn betekent dat je zelf buiten schot blijft.
Veerkracht groeit net daar waar ruimte ontstaat om te blijven kijken — ook naar jezelf in het werk.
Lezen vóór handelen
Wat mij in dit alles telkens opnieuw opvalt, is hoe essentieel het is om te blijven lezen: niet alleen gedrag van cliënten, maar ook de bewegingen van jezelf als professional.
Wat raakt mij hier?
Wat staat er voor mij op het spel?
Welke strategie wordt hier geactiveerd — bij de ander én bij mij?
Dat lezen is geen luxe.
Het is een professionele vaardigheid: lezen vóór afstemmen, kiezen of veranderen. Niet om te blijven hangen, maar om verantwoord te kunnen handelen onder druk.
Tot slot
Werkdruk en veerkracht zijn geen tegenpolen.
Ze zijn met elkaar verweven.
Wie werkt in complexe contexten hoeft niet harder te worden om het vol te houden, maar helderder. Niet door zichzelf weg te cijferen, maar door beter te begrijpen wat het werk activeert — relationeel, emotioneel en professioneel.
Draagkracht begint niet bij meer doen.
Ze begint bij beter kijken.
En soms is dat precies wat nodig is om opnieuw beschikbaar te worden — voor het werk én voor jezelf.




Opmerkingen