Prestatiedruk als psycholoog
- Emmy Goossens
- 2 jun
- 6 minuten om te lezen
Waar prestatiedruk als psycholoog vandaan komt en wat je ermee kunt doen
In de podcastaflevering van juni heb ik het over hechtingsstrategieën, over waar je automatismen onder druk vandaan komen, en waarom de ene psycholoog zo reageert en de andere heel anders.
(Als je die aflevering nog niet hebt geluisterd: ik raad het aan als achtergrond bij dit artikel. Je vindt de podcast 'Grip op je praktijk' op Spotify, Apple Podcasts of je klikt simpelweg door via training.emmygoossens.be/podcast.
In dit artikel zoom ik in op één strategie die ik zelf ook wat beter ken. De strategie die in de hechtingstheorie richting A gaat: controle, aanpassing, presteren. En op wat die strategie doet als je als psycholoog in een gesprek zit.
Prestatiedruk is niet hetzelfde als ambitie
Laten we beginnen bij een onderscheid dat ik belangrijk vind.
Prestatiedruk, ook als psycholoog, is niet hetzelfde als ambitie. En het is ook niet hetzelfde als twijfel.
Ambitie is: ik wil groeien, ik wil goed worden in mijn vak, ik wil iets betekenen voor de mensen met wie ik werk.
Prestatiedruk is iets anders. Het is de ervaring dat je moet voldoen aan een norm (intern of extern) en de angst voor wat er gebeurt als je dat niet doet. Het zit niet in het willen groeien. Het zit in de vraag wat er over je gedacht wordt - of wat jij over jezelf denkt - als je het "niet goed genoeg" doet.
Dat is een subtiel maar wezenlijk verschil.
Eén nuance die ik hier bewust wil maken: prestatiedruk loslaten is niet zomaar een kwestie van willen. Het vraagt natuurlijk ook vertrouwen. Vertrouwen in je eigen basiscompetentie, in wat je al weet en kunt. Iemand die zijn basis nog aan het opbouwen is, worstelt nog met het opbouwen van vertrouwen.
Groeien als psycholoog betekent dan ook niet: zo snel mogelijk die druk kwijtraken. Het betekent: leren wanneer de druk je helpt, en wanneer hij je in de weg staat. Dat onderscheid ontwikkelt zich met ervaring. En met zelfreflectie.
Druk is trouwens niet per definitie een probleem. Yerkes en Dodson beschreven al in 1908 de omgekeerde U-curve: een beetje druk verhoogt prestatie, te veel druk verlaagt ze. Het optimum verschilt per persoon en per taak, maar de basislogica is helder. Druk is een brandstof. De vraag is alleen hoeveel, en wanneer.
Ikzelf functioneer goed onder een beetje druk. Deadlines houden me scherp. Verwachting activeert me. Ik ben op mijn best als er iets op het spel staat. Er is volgens mij ook niks mis met het willen presteren, met ambitie, met het willen goed doen wat je doet.
Het wordt pas een probleem als die druk op de verkeerde plek terechtkomt.
In een gesprek met een cliënt bijvoorbeeld. Dan heb jij geen ruimte nodig om te presteren; het is je cliënt die ruimte nodig heeft om te bewegen.

Als jouw prestatiedruk die ruimte opvult, sorry dat ik je dit moet zeggen, maar dan ben je niet meer bezig met de ander. Dan ben je eigenlijk vooral bezig met jezelf.
Dat onderscheid is wat ik bedoel als ik zeg dat prestatiedruk je gesprekken kan binnensluipen.
Waar die druk vandaan komt
In de hechtingstheorie, en meer specifiek in het Dynamisch Maturatie Model van Patricia Crittenden, wordt beschreven hoe we als kind leren omgaan met spanning en onzekerheid. We ontwikkelen strategieën. Manieren om veiligheid te vinden, afstemming te krijgen, de wereld voorspelbaar te maken.
Voor mensen met een sterke A-strategie was presteren vaak de weg naar nabijheid. Goed doen bracht goedkeuring. Voldoen aan verwachtingen bracht rust. De wereld werd voorspelbaar als je deed wat er van je werd verwacht, of nog beter: als je die verwachtingen overtrof.
Ik herken dat in enige mate ook in mezelf. Als kind hoefde ik niet aangespoord te worden. Ik begreep goed wat er van me werd verwacht, en legde er zelf nog een laag bovenop. Niet omdat het moest. Maar omdat het voelde als wie ik was.
Die strategie heeft gewerkt. Ze heeft me ook gebracht waar ik nu sta.
Maar ze heeft een prijs. En die prijs zie je het duidelijkst in situaties waar controle niet mogelijk is. Waar het niet gaat om "presteren". Waar je het soms ook gewoon niet weet.
In een gesprek met een cliënt, bijvoorbeeld.
Hoe prestatiedruk je gesprekken binnensluipt
Prestatiedruk sluipt subtiel je gesprekken binnen. Niet als grote blokkade, maar als een reeks kleine keuzes die je maakt zonder het te beseffen. Misschien herken jij (in meerdere of mindere mate) ook een van deze dingen:
Je bereidt je buitensporig voor.
Niet omdat de casus het vereist, maar omdat het gevoel dat je iets zou kunnen missen of over het hoofd zien ondraaglijk is.
En dan zit je in het gesprek, en oeps, je cliënt gaat een kant op die je niet had voorzien. Al die voorbereiding helpt je niet meer. En in plaats van aanwezig te zijn, ben je even de draad kwijt.
Je stelt vragen om te bevestigen, niet om ruimte te geven.
Er is een subtiel verschil. Vragen vanuit oprechte nieuwsgierigheid laten de ander de richting bepalen. Vragen vanuit prestatiedruk sturen, vaak naar een hypothese die jij al had, en dan niet om de hypothese oprecht te onderzoeken, maar zoekend naar een antwoord dat jij nodig hebt om je competent te voelen. Om de bevestiging te voelen van "ik ben goed bezig".
Je tolereert stilte moeilijk.
Stilte voelt ongemakkelijk. Misschien zelfs als een fout. Als een bewijs dat je iets mist, dat je tekortschiet. Dus vul je de stilte op. Met een vraag, met een reflectie, met iets. Terwijl stilte soms precies is wat het gesprek nodig heeft.
Je evalueert jezelf tijdens het gesprek.
Een deel van je aandacht is bij de ander. Maar een ander deel is bij jou: doe ik het goed? Was die vraag de juiste? Merkt zij dat ik twijfel? Dat kost energie. En het haalt je weg uit het moment.
Ook hier is het niet zwart-wit. Uiteraard is reflecteren en evalueren zinvol. Weten waarom je welke vraag of interventie gebruikt, en kijken welk effect het oplevert bij je cliënt. Je eigen signalen of patronen in kaart brengen. Dit is ook waar mijn werk net vaak om draait.
Alleen moeten we ons realiseren dat aandacht die naar onszelf en onze groei gaat, ten koste kan gaan van onze cliënt. Het is dus een constante evenwichtsoefening. En onderhevig zijn aan prestatiedruk kan dat evenwicht dan gaan verstoren.
Het cruciale onderscheid: controleren/sturen vs. kijken
Wat ik vaak meeneem in supervisie is één ogenschijnlijk simpele vraag na een gesprek:
Heb ik vandaag gecontroleerd/gestuurd, of heb ik gekeken?
Controleren is van jou. Het gaat over jouw beeld, jouw hypothese, jouw behoefte aan overzicht. Jouw onzekerheid, twijfel of nood aan bevestiging.
Kijken is voor de ander. Het gaat over wat er werkelijk is, wat je ziet, wat je oppikt, wat de ander nodig heeft.
Dat onderscheid klinkt simpel. Maar in de praktijk, onder druk, is het allesbehalve vanzelfsprekend. Zeker niet als presteren diep geworteld zit in hoe je jezelf begrijpt als professional.
Drie dingen die helpen
1. Maak onderscheid tussen verwachting en realiteit.
Veel van de verwachtingen die je voelt, zijn niet van je cliënt. Ze zijn van jou; of van een versie van jezelf die ooit leerde dat goed genoeg zijn voorwaardelijk was.
Schrijf na een moeilijk gesprek op welke verwachtingen je had. En vraag je dan af: wie heeft die gesteld? Bijna altijd blijkt: de ander verwacht minder van jou dan jij van jezelf.
2. Verschuif de focus van presteren naar aanwezig zijn.
Presteren richt je op jezelf: hoe kom ik over, doe ik het goed. Aanwezig zijn richt je op de ander: wat gebeurt er hier, wat zie ik, wat heeft deze persoon nu nodig.
Als ik merk dat ik aan het evalueren ben tijdens een gesprek, en ja, dat kan ook na 20 jaar nog gebeuren, gebruik ik één zin in mijn hoofd als anker: 'Wat zie ik nu?'
Niet: wat moet ik nu doen.
Maar: wat zie ik nu.
En dan benoem ik dat eventueel ook.
Die verschuiving brengt me terug in het gesprek.
3. Gebruik druk als informatie, niet als oordeel.
Als je prestatiedruk voelt in een gesprek, is dat iets om te onderzoeken, niet om weg te duwen. Want druk is altijd ergens een reactie op. Soms op iets in jezelf. Soms op iets wat je oppikt bij de ander.
In plaats van snel te denken 'ik doe het fout': vraag je af wat die druk je probeert te vertellen. Is er iets in dit gesprek wat weerstand oproept? Iets wat ik vermijd? Of pik ik de spanning van mijn cliënt op zonder die te benoemen?
Druk als informatie; niet als oordeel over je competentie. Dat is misschien wel de grootste omschakeling.
Tot slot
Prestatiedruk als professional is niet iets wat je oplost. Het is iets wat je leert kennen. Je eigen patronen, je eigen signalen, je eigen drempels.
En als je weet dat het een strategie is, aangeleerd, functioneel, maar niet altijd helpend in het gesprek, dan heb je ook de ruimte om iets anders te kiezen.
Niet: stoppen met je best doen. Maar: je best doen vanuit een andere plek. Vanuit aanwezigheid in plaats van controle.
In de podcastaflevering van juni ga ik dieper in op waar dit vandaan komt, inclusief de andere strategieën en waarom mensen zo verschillend reageren onder druk.
En als je dit thema wil verkennen samen met andere psychologen: in Grip in groep bespreek ik dit soort patronen in een kleine, veilige online groep. De eerste sessie start op 22 september.
Meer info & inschrijvingen via training.emmygoossens.be/grip-in-groep.
*** Je vindt de podcast 'Grip op je praktijk' op Spotify & Apple Podcasts of via training.emmygoossens.be/podcast. Nieuwe afleveringen elke eerste dinsdag van de maand. ***




Opmerkingen