“Ik doe ook maar wat.”
- Emmy Goossens
- 15 jan
- 3 minuten om te lezen

Het is een zin die ik zelden hardop uitsprak. Maar hij was er vaak.
Soms zachtjes in mijn hoofd, ergens na een gesprek. Soms luidop, in de auto op weg naar huis. Soms als een knoop in mijn maag, wanneer ik dacht: "dit had toch beter gemoeten??"
Vooral in het begin van mijn werk als psycholoog voelde het zo. Ik dacht toen nog dat dit gevoel tijdelijk was. Dat het hoorde bij onervaren zijn. Dat het zou verdwijnen zodra ik “voldoende” wist, “voldoende” gezien had, “voldoende” ervaring had opgebouwd.
Ik wachtte op dat moment.
Het moment waarop het zou klikken
Het moment waarop alles samen zou vallen. Waarop ik niet meer hoefde te twijfelen. Waarop ik zou voelen: "nu weet ik wat ik doe."
Helaas, dat moment kwam niet.
Wat er wél kwam, was meer complexiteit. Meer verhalen die niet netjes in één kader pasten. Meer cliënten die tegelijk kwetsbaar én afwerend waren. Meer situaties waarin verschillende verklaringen tegelijk waar leken, en geen enkele echt volstond.
En dus ook opnieuw dat gevoel: "Ik doe ook maar wat."
Niet uit onkunde, maar uit betrokkenheid
Niet omdat ik mijn werk niet ernstig nam. Niet omdat ik onvoorbereid was. Integendeel.
Ik dacht veel na. Ik las. Ik overlegde. Ik volgde opleidingen. Ik voelde verantwoordelijkheid, soms zó sterk dat ze me ’s avonds nog achtervolgde.
Maar hoe meer theorieën en modellen ik leerde kennen, hoe minder vanzelfsprekend het werd. Wat werkte bij de ene, werkte niet bij de andere. Wat theoretisch klopte, botste soms frontaal met wat zich in de ruimte afspeelde. En hoe harder ik zocht naar het juiste antwoord, hoe meer ik het gevoel kreeg dat ik tekortschoot.
Wat niemand je echt vertelt
Wat niemand me toen echt had verteld - of toch niet in die woorden - is dat dit gevoel niet betekent dat je onbekwaam bent.
Het betekent dat je met mensen werkt. Met echte mensen. Met bescherming, pijn, loyaliteit en overleving. Met gedrag dat niet altijd “logisch” lijkt, maar vaak wel begrijpelijk. Al komt dat inzicht vaak pas achteraf.
Ik begon te beseffen dat het probleem niet was dat ik “maar wat deed”. Het probleem was dat ik dacht dat ik alles moest weten. Dat goede hulpverleners zeker zijn. Dat ervaren psychologen minder twijfelen. Dat er ergens een punt bestaat waarop je het niet meer hoeft uit te zoeken.
Spoiler: dat punt bestaat niet.
Twijfel verdwijnt niet; je relatie ermee wel
Wat doorheen de jaren wél veranderde; was niet mijn twijfel maar mijn verhouding tot die twijfel. Ik leerde verdragen dat ik niet alles kan overzien. Dat ik soms moet werken zonder sluitend verhaal. Dat professioneel handelen niet hetzelfde is als alles begrijpen.
Ik leerde ook dat sommige situaties niet vragen om oplossingen, maar om uithouden. Om blijven kijken. Om blijven afstemmen, zelfs wanneer het ongemakkelijk wordt.
De rode draad
Wat voor mij het verschil maakte, was niet dat ik nóg een model vond. Het was dat ik de rode draad begon te zien doorheen de modellen waarin ik me kon vinden.
Een vaste basis om naar terug te keren wanneer alles tegelijk leek te spelen. Geen pasklare antwoorden. Wel houvast. Iets om op terug te vallen wanneer twijfel zich aandient, wanneer complexiteit toeneemt, wanneer het werk zwaar voelt.
En vandaag?
Ook vandaag voel ik het soms nog. Dat moment waarop ik denk: "ik weet het niet, ik zoek, ik doe… ook maar wat."
Maar het verschil is dit: ik vertrouw dat ik niet blind tast. Ik heb houvast. Niet om alles op te lossen. Wel om het werk te blijven doen - zorgvuldig, menselijk en professioneel.
Misschien is dat geen zwakte.
Misschien is dat precies wat dit werk vraagt.




Opmerkingen